1 Kronieken 29:1-20


Tekst     :  1 Kronieken 29:1-20
Thema   :  Het is zaliger te geven dan te ontvangen


Inleiding

In 1 Kronieken 29 staat koning David op het punt af te treden. Zijn zoon Salomo wordt aan het einde van dit hoofdstuk koning in zijn plaats. In 1 Kronieken wordt David geschilderd als een man met één grote passie. Namelijk een tempel bouwen voor de Here. Maar God had gezegd: niet jij maar je zoon mag een tempel voor mij bouwen. Daarom had David zich toegelegd op de voorbereiding van de bouw van de tempel voor God. Hij had materialen verzameld en de hele organisatie van de eredienst opgezet. Als afsluiting van al die voorbereidingen houdt David in 1 Kronieken 29:1-20 een soort samenkomst. Die begint met een korte preek en eindigt met een lofprijzing. Eerst van David alleen en ten slotte in vers 20 van de hele gemeente.

Danken voor wat we mochten geven

Eigenlijk is 1 Kronieken 29 een verslag van een dankdag zo ongeveer 3000 jaar geleden. Zoiets als wij vandaag ook doen. Maar er gebeurt wel iets heel bijzonders tijdens die dankdag. Wij hebben namelijk het idee dat wij hier samen komen om te danken voor alles wat we van God mochten ontvangen. Eten en drinken, een huis om in te wonen, inkomen, gezondheid, geestelijke zegeningen, dat we deel mogen hebben aan Jezus, bij zijn gemeente mogen horen. Voor alle duidelijkheid: het is natuurlijk prima dat we dankbaar voor zijn voor alles wat we ontvangen.

Maar als ik het dankgebed van David goed beluister dankt hij niet voor alles wat hij mocht ontvangen maar voor alles wat hij en de Israëlieten mochten geven. Dank u wel Heer dat u ons in de gelegenheid stelde om zoveel aan u te geven. Wie ben ik en wat is mijn volk dat u ons in staat stelde zoveel te geven (vers 14) en ik ben zo ontzettend blij en dankbaar dat uw gemeente zoveel aan u heeft gegeven.

Het was ook inderdaad een ongelooflijk bedrag dat werd geschonken voor de bouw van de tempel. In vers 4 staat dat David 3000 talenten goud gaf en 7000 talenten zilver. Omgerekend gaat het om ongeveer 100 miljoen euro aan goud en 14 miljoen euro aan zilver. De leiders van het volk gaven nog eens 5000 talenten goud en 10.000 talenten zilver. Omgerekend is dat 250 miljoen euro. Bij elkaar ruim 350 miljoen euro. Daarnaast werd nog veel meer gegeven. Misschien wel een half miljard euro bij elkaar. Tijdens de volgende samenkomst deelt de ouderling van dienst mee: de collecte heeft vorige week een half miljard euro opgeleverd. Een bezoeker zou kunnen denken: dat is een vrijgevige gemeente.

Maar de hele strekking is dat hieruit niet de vrijgevigheid van David en de gemeente blijkt maar de vrijgevigheid van de Here. Het is allemaal van U Here. Alles komt uit uw hand. U heeft het aan ons gegeven om ons in de gelegenheid te stellen het weer terug te geven aan U. En nu houden de Israëlieten dankdag om u te danken voor alles wat zij mochten geven.

Dus realiseerde ik mij dat als ik hier ben gekomen om te danken voor wat ik heb ontvangen dat ik eigenlijk nog maar halverwege ben. Omdat het veel mooier zou zijn als ik hier was gekomen om te danken voor alles wat ik mocht geven. Eigenlijk vind ik het een beetje een enge gedachte. Want wil danken voor alles wat ik heb ontvangen dat gaat wel lukken. Maar danken voor wat ik heb gegeven… Dat stelt mij voor de vraag: hoeveel heb ik gegeven in dienst van zijn koninkrijk. Hoeveel van mijn talenten, mijn tijd, mijn energie, mijn geld, mijn bezittingen?

In hoeverre realiseer ik mij dat ik alles slecht in beheer gekregen heb. Dat ik het ten diepste heb ontvangen om te geven voor de bouw van zijn tempel, voor de dienst van zijn koninkrijk. Die vraag is extra spannend omdat blijkt dat het niet om goud en zilver gaat maar om de gesteldheid van mijn hart.

Danken voor onze toewijzing

Want waar David voor dankt is te diepste niet dat de Here hem en zijn volk in staat stelde om veel te geven voor de dienst van de Here. Maar omdat ze dat deden uit liefde voor het huis van God, vrijwillig, met een volkomen toegewijd hart. David dankt dat hij en de Israëlieten in alle oprechtheid, dat wil zeggen zonder enige bijbedoeling aan de Heer gegeven hebben.

In vers 17 zegt David dat het hem met blijdschap vervult dat het volk vrijwillige gaven gaf met een toegewijd hard. Uit het hele gebed van David blijkt dat hij zich realiseert dat hij iets heel bijzonders meemaakt. Alsof hij een cadeau heeft gekregen waar je heel je leven van droomt maar waarvan je niet verwacht dat je het ooit zult krijgen.

David realiseert zich ook die toewijding geen eigen verdienste is. Dat toewijding ook zo maar weer kan verdwijnen. Dat er andere dingen kunnen komen waar we ons hart op zetten. Hij wist dat maar al te goed uit zijn eigen leven. Daarom bidt hij of God zelf die gezindheid in het hart van het volk in stand wil houden en het hart van het volk altijd op de Here gericht wil houden. Ook voor zijn zoon Salomo bidt David om een toegewijd hart.

Wie is bereid de Heer vandaag zijn gave te geven?

Ik sluit deze overdenking af met de vraag die David stelt aan het einde van vers 5. Wie is bereid vandaag de Heer zijn gave te geven? We hebben gezien dat achter die gave een toegewijd hart zit.

In de omgang met ons geld en ons bezit wordt heel vaak duidelijk waar wij ons hart op gericht hebben. Daarom kunnen we de vraag ook anders stellen.: Wie is bereid vandaag de Heer zijn hart te geven?

Dat is wel een hele indringende vraag. Alsof God iets van ons vraagt wat we hem nooit kunnen geven. Maar ten diepste vraagt God niets van u. Hij wil u iets geven. Hij wil zijn hart, zijn liefde aan ons kwijt. Maar dat kan alleen ten volle als wij Hem zijn toegewijd met een volkomen toegewijd hart.

In Handelingen 20: 35 citeert Paulus een zaligspreking van Jezus die niet in de evangeliën voorkomt: Het is zaliger te geven dan te ontvangen. Gelukkig de mens die geeft met een volkomen toegewijd hart.

Afsluiting

Natuurlijk zijn we vanavond samen om God te danken voor alle goede gaven. Dat is een door en door bijbels principe. Maar we hebben ook geleerd dat het diepste geluk zit in het geven met een toegewijd hart. We mogen danken als we dat geluk kennen. Maar ook bidden zoals David dat onze toewijding aan God niet zal verdwijnen. Dat ons hart op Hem gericht zal blijven. Want Het is zaliger te geven dan te ontvangen.